Twee listige filmvertoners
Op 25 juli 1905 stond er een curieus bericht in de 'Zandvoortse courant'. Een Franse badgast, in slaap gevallen in zijn strandstoel, bevond zich toen hij wakker werd ‘met stoel en al in volle zee’. Vervolgens, zo berichtte de krant, ontdeed de hij zich van zijn schoenen, sokken en broek en waadde door het optrekkende vloedwater terug naar het strand waar een politieman hem opwachtte. De Fransman vreesde opgepakt te worden wegens aanstootgevend gedrag en ging er vandoor, achterna gezeten door de agent en de halve Zandvoortse bevolking. De agent kreeg hem uiteindelijk te pakken en de onfortuinlijke Fransman werd afgevoerd naar het politiebureau.
Het artikel vermeldde ook dat Albert Frères (de gebroeders Albert en Willy Mullens) opnamen hadden gemaakt van het voorval en dat de film binnenkort te zien zou zijn in het Olympia Palace. Het verhaal werd overgenomen door diverse andere kranten, echter zonder te vermelden dat de gebroeders Mullens filmopnamen hadden gemaakt van het gebeurde. En zo veranderden de fictieve lotgevallen van het slaperige Fransche heertje in een waargebeurd verhaal.
De films van Albert Frères werden vanaf 15 juli 1905 vertoond in het Olympia Palace in een avondvullend programma. Elke avond kreeg het publiek een grote hoeveelheid korte films voorgeschoteld waarbij het aanbod twee keer per week ververst werd en aangevuld met de laatste succesnummers. Een advertentie in de Zandvoortse courant vermeldde de titels van meer dan vijftig films die vertoond zouden worden tijdens het verblijf van de gebroeders Mullens.
De films vielen in drie categorieën uiteen: actualiteiten, natuurschoon en exotische beelden en korte fictiefilms. Ze vertoonden ook films van de befaamde Pathé Frères die afgewisseld werden met eigen producties. Deze films, gemaakt op de locaties waar de broers op dat moment met hun reisbioscoop stonden, waren vaak het populairst. De film over het ‘Fransch heertje’ is hier een voorbeeld van.
Op 27 juli ging De Mésaventure van een Fransch heertje zonder pantalon aan het strand te Zandvoort in première in het Olympia. Dankzij een advertentie campagne in de plaatselijke krant en de uitgekiende media en pr stunt kon het succes niet uitblijven. De film werd een hit. De komische kwaliteit van de film en de ophef die eerder rond de opnamen was ontstaan waren daar zeker debet aan maar wat de Zandvoortenaren vooral aantrok was het feit dat ze zichzelf en vrienden en familie konden herkennen op het witte doek. Fictiefilm en lokale opnamen, het bleek een gouden combinatie en Albert Frères sponnen er garen bij.
De gebroeders Mullens waren er als de kippen bij om het Zandvoortse publiek te laten weten dat de film ook elders een groot succes was. Ze melden dat ze een groot aantal kopieën hadden verkocht aan andere exploitanten en tijdens de laatste voorstelling op 8 augustus kondigde Willy Mullens aan dat de film zelfs vertoond was in de Jardin de Paris aan de Champs Elysées in Parijs. ‘Aardige reclame’ voor Zandvoort, vonden de Mullens. Dat het een leugentje om bestwil was - de film werd nooit in Parijs vertoond - was geen bezwaar: tenslotte hadden collega-filmmakers Benner en Hommerson, die na Alberts Frères de bekendste ambulante filmvertoners waren in Nederland, de film gekocht en er veel succes mee geboekt.
Het was de eerste Nederlandse fictiefilm die niet alleen vertoond werd door de producenten maar ook door andere vertoners. De hoge bezoekersaantallen waren tot dan toe alleen voorbehouden aan de opnamen van de kroning en het huwelijk van koningin Wilhelmina.
Een jaar lang vormde De Mésaventure van een Fransch heertje zonder pantalon aan het strand van Zandvoort onderdeel van het programma van Albert Frères. De film werd overal enthousiast ontvangen. Het publiek kwam weliswaar niet voor het lokale element in de film maar smulde van de ophef rond de opnamen. Willy dikte de sensatie nog extra aan door te verkondigen dat één van de Zandvoortse dienders niet door had gehad dat de achtervolging in scène was gezet en dat hij ‘het Fransch heertje’in alle ernst had achtervolgd en opgebracht. Het was voornamelijk onzin maar zijn verhalen misten hun effect niet: de film trok altijd volle zalen.
De achtervolgingsfilm was zo’n succes dat de gebroeders het een jaar later nog eens dunnetjes over deden. Dit keer hoefden ze geen ‘nationale hype te creëren maar gebruikten ze de publiciteit rond de ontsnapping van de notoire Haarlemse moordenaar Frans Rosier uit het Rijkskrankzinnigengesticht in Medemblik in februari 1906.
Begin maart deden Albert en Willy Mullens het Friese plaatsje Marssum aan, op zoek naar figuranten voor Een fantasie-jacht op Frans Rosier, een ‘amusante parodie in acht delen’ waarin de achtervolgde man niet Frans Rosier blijkt maar een onschuldige die op de moordenaar lijkt. Een fantasie-jacht op Frans Rosier bleek al snel de nieuwe hit op het repertoire van Alberts Frères en werd op verschillende plaatsen in het land vertoond.


