Onze Eliza Doolittle

  • ...een filmactrice hebben we in elk geval
  • Een laat succes
  • Eliza revisited
  • Nooit meer voor de camera’s
  • And the winner is…

‘Wanneer wij dan nog geen filmproductie hebben, een filmactrice hebben we in ieder geval’, schreef filmcriticus L.J. Jordaan in de 'Haagse Post'. De actrice was Lily Bouwmeester die het Amsterdamse bloemenmeisje Eliza Doeluttel speelde in Pygmalion, een film die onverwacht een groot succes werd en de redding betekende voor de kwijnende filmindustrie van de tweede helft van de dertiger jaren. In één klap herstelde het trio Rudi Meyer (producent), Ludwig Berger (regisseur) en Lily Bouwmeester het vertrouwen in de Nederlandse speelfilm.
Pygmalion - een verfilming van het gelijknamige toneelstuk van G.B. Shaw - was een groot succes bij pers en publiek. Lily Bouwmeester werd het gezicht van de Nederlandse film in die vooroorlogse jaren. Na Pygmalion zou ze in nog drie films van Meyer schitteren: Vadertje Langbeen, Morgen gaat het beter! en Ergens in Nederland.

Lily Bouwmeester was op het eerste gezicht een logische keuze voor de rol van Eliza Doeluttel. Haar filmcarrière was begonnen toen ze nog een tiener was en ze had haar debuut gemaakt in Majoor Frans waarna rollen volgden in Het Geheim van Delft, Pro Domo, Helleveeg en Zaken zijn zaken. Het waren allemaal lange speelfilms uit het stille film-tijdperk geregisseerd door haar oom Theo Frenkel jr. en Maurits H. Binger.
Haar grootste triomfen vierde ze echter op het toneel. Lily Bouwmeester kwam uit een roemrucht toneelgeslacht. Met zo’n achtergrond was het bijna ondenkbaar dat ze ooit iets anders zou doen dan acteren. Begin jaren dertig trad ze op in een lange reeks succesvolle blijspelen en een filmrol leek een vanzelfsprekende volgende stap. Maar al bij de eerste poging ging het mis: de hoofdrol in De kribbebijter ging naar Dolly Mollinger. Haar filmcarrière leek voorbij tot het moment dat Rudi Meyer - die ook De Kribbebijter had geproduceerd en nu op zoek was naar een hoofdrolspeelster voor Pygmalion - zich Lily herinnerde.

Het succes van Pygmalion zette zich voort op het toneel. Cor van der Lugt Melsert - Lily’s tweede echtgenoot - bracht het stuk op de planken met Het Nederlandsch Tooneel in april 1939. Lily speelde Eliza Doolittle en Frits van Dijk professor Higgins. Het was een groot succes - hoewel er door de critici wel enige kanttekeningen werden geplaatst bij Lily’s optreden: ze overtuigde in de komische scènes maar in de dramatische scènes schoot ze tekort.
De Tweede wereldoorlog maakte een einde aan de voorstellingen maar na de oorlog hervatte Lily Bouwmeester haar rol als Eliza bij het Residentie Tooneel en het Rotterdams Toneel. Ze zou de rol meer dan achthonderd keer spelen. En hoewel er nog vele Eliza’s zouden volgen, bleef Lily Bouwmeester’s Eliza bij velen favoriet. Ze was Nederland’s ‘nationale Eliza Doolittle’ zoals Audrey Hepburn de ‘internationale Eliza Doolittle’ werd na het succes van George Cukor’s My fair lady.

Ergens in Nederland, een somber drama over de mobilisatie in Nederland - werd Lily’s laatste film. Alle plannen voor nieuwe films werden doorkruist door de Duitse bezetting. Buitenlandse aanbiedingen sloeg ze af: Paramount kreeg nul op het rekest en op het aanbod van het Duitse UFA om naar Berlijn te komen aan het begin van de oorlog zei ze ‘dat nooit!’ Ze bleef toneelspelen maar richtte zich meer en meer op haar leven als echtgenote en huisvrouw. De weinige keren dat ze nog voor de camera verscheen, betrof het foto’s voor een damesblad of een incidenteel televisiespel. Geleidelijk aan verdween ze in de anonimiteit maar vergeten werd ze niet: de meeste van haar vooroorlogse films werden ook na de oorlog nog vertoond. En toen Pygmalion opnieuw werd uitgebracht in 1961 werden er een half miljoen kaartjes verkocht.

In september 1991 vierde het Filmmuseum de voltooiing van de werkzaamheden aan het paviljoen in het Vondelpark. Een van de festiviteiten was de uitreiking van de Pré-Gouden Kalveren. In navolging van de Gouden Kalveren die jaarlijks uitgereikt worden voor de beste contemporaine film gingen de Pré-Gouden kalveren naar de beste vooroorlogse film, documentaire en acteur en actrice. Tijdens een gala op 28 september, op haar negentigste verjaardag, gaf Lily Bouwmeester haar mededingers Rini Otte en Annie Bos het nakijken en werd gehuldigd als beste actrice. Het juryrapport roemde haar rol als Eliza Doeluttel maar vergat haar andere werk niet. ‘Of het nu de flair van Liesje Doeluttel is, haar guitigheid in Morgen gaat het beter, of het heen en weer geslingerd worden tussen zeeman en acteur in Ergens in Nederland, telkens zijn de filmpersonages van Lily Bouwmeester aannemelijk, raak en ontroerend. Wikkend en wegend tussen de sensualiteit van Rini Otte, de priemende eerlijkheid van Annie Bos en de compleetheid van Lily Bouwmeester heeft de jury besloten het Pré-Gouden Kalf voor de beste actrice toe te kennen aan Lily Bouwmeester.’

|