Een onverschrokken cineast

  • Chiang Kai-shek en Olive Young
  • Van der Hoop en van Weerden Poelman
  • Chaplin en Eisenstein
  • Barnstijn en Van Stekelenburg
  • Vliegeniers en zwemsters
  • Boschhek en Château Bleu

Henk Alsem reisde in de jaren twintig de hele wereld rond als cameraman en razende reporter en was getuige van een groot aantal historische gebeurtenissen. In 1927 versloeg hij de burgeroorlog tussen de Nationalistische regeringstroepen van generaal Chiang-Kai-shek en de Communistische opstandelingen. Het was een bloedige confrontatie die gepaard ging met massa-executies en het onthoofden van gevangenen en burgers. In Nederland verschenen foto’s van de slachtingen in het blad 'Het Leven'.
Henk Alsem, die in China verbleef als gast van de generaal, maakte opnamen voor de Amerikaanse maatschappij Fox maar werkte tijdens zijn verblijf ook voor de plaatselijke filmindustrie. Zo filmde hij The Emperor and the Monkey met de Chinees-Amerikaanse actrice Olive Young die ook wel ‘de Chinese Mary Pickford’ genoemd werd.

Alsems carrière als journalist begon in 1924. In oktober van dat jaar vertrok een KLM-toestel met aan boord de piloten Van der Hoop en Van Weerden Poelman en boordwerktuigkundige Van den Broeke naar Nederlands-Indië. Het was een van de sterke staaltjes van de KLM waarmee de maatschappij zich internationaal wilde onderscheiden. De vlucht werd in Nederland met grote belangstelling gevolgd en de teleurstelling was dan ook groot toen het toestel een noodlanding moest maken in Philippopolis (nu Plovdiv), in Bulgarije. De schade aan het vliegtuig was aanzienlijk en de piloten moesten weken wachten op nieuwe onderdelen.
Alsem vertrok naar Bulgarije en filmde de reparaties aan het vliegtuig. De vlucht werd vervolgens hervat en de bemanningsleden werden in Nederlands-Indië als helden onthaald. De mannen keerden per boot terug naar Nederland waar met spanning op hen werd gewacht. De opnamen die Alsem tijdens de reis maakte laten een vrolijke boordwerktuigkundige en twee, ietwat gereserveerde piloten zien.

In 1924 richtte Alsem zijn eigen productiemaatschappij op: Hispano Filmfabriek. De laboratoria van Hispano waren gevestigd in een voormalig theepaviljoen van hotel Boschhek in Den Haag dat gedreven werd door Alsems vader. Alsem maakt een aantal films voor Hispano en werkte als freelance cameraman voor andere maatschappijen.
In 1931 vertrok hij opnieuw naar Nederlands-Indië om opnamen te maken voor de missiefilm Rawana. In Bali filmde hij een kort journaalitem met Charlie Chaplin die op een promotietour was voor zijn film Citylights. Chaplin staat in het filmpje te midden van een aantal Balinese bioscoopdirecteuren.
Een jaar eerder filmde Alsem Sergei Eisenstein, de andere grote regisseur uit die tijd, toen deze als gast van de Nederlandse Filmliga een uitstapje maakte naar Volendam.

Alsem was ook actief betrokken bij de ontwikkeling van de Nederlandse geluidsfilm. In de zomer van 1929 werkte hij als cameraman aan twaalf korte films, geregisseerd door I. Louis Cohen, de broer van L.C. Barnstijn. Lou Bandy, Willy Derby, Kees Pruis en Stella Seemer waren slechts een paar van de vele Nederlandse artiesten wier optredens hij vastlegde op film en grammofoon om later door middel van de Loetafoon vertoond te worden in de Nederlandse bioscopen.
Ook in Nederlands-Indië maakte hij geluidsopnamen, onder meer van de actrice Elly van Stekelenburg en haar man Jan Mulder. De actrice declameert een gedicht voor de camera nadat het geluid eerst getest is met een grammofoon. Dit keer maakte Alsem gebruik van een optisch geluidsspoor waardoor - anders dan bij de Loetafoon - een perfecte synchroniteit van beeld en geluid gegarandeerd was.

Voor Van Stekelenburg en Mulder bleef het niet bij De geluidstest met actrice. De collectie van EYE herbergt een uitgebreide hoeveelheid materiaal van Alsem, waaronder zowel privéopnamen als werkmateriaal. Een van de filmrollen is getiteld Vliegeniers en zwemsters en bestaat ondermeer uit beelden van een vliegveld in Nederlands-Indië en een feestje in de buitenlucht. Van Stekelenburg en Mulder duiken hier op als bekenden van de cameraman - ze dragen hetzelfde sjaaltje en dezelfde das als in de geluidstest.
Het tweede deel van de film - Zwemsters - is een lange opname van een zwembad naast het Rotterdamse vliegveld Waalhaven. Een dertigtal in dezelfde badpakken gestoken vrouwen plonst rond in het water. De opnamen laten een andere kant van Alsem zien: niet de journalist op jacht naar een wereldprimeur maar een man die oog heeft voor de gewone dagelijkse dingen.

Hotel Boschhek was Henk Alsems thuis. Na elke reis keerde hij weer terug naar zijn lab in het voormalige theehuis. In 1930 werd hij zelfs directeur van het hotel dat hij omdoopte tot Château Bleu, ‘een sprookje voor de stad’. Hij richtte voor de tachtig man personeel van zijn hotels - behalve Château Bleu had hij er nog twee - ook een voetbalclub op. In huiselijke kring bleef Alsem natuurlijk voortdurend in de weer met de camera. Vanaf de twintiger jaren tot de aan de Tweede Wereldoorlog legde hij zijn leven vast in een eindeloze reeks beelden van familiefeestjes en uitstapjes.

|