De meest geliefde typiste van het land

  • Ik ben dol op choco-ijs en honden
  • ‘Leider, gnädige Frau, sind Sie nicht zu fotografieren.’
  • Eens typiste, altijd typiste
  • Internationale ambities

In juni 1935 werd Dolly Mollinger gepresenteerd als ‘Nederlands nieuwste filmontdekking’. Aan de vooravond van de première van haar eerste film - De Kribbebijter - stelde ze zich als volgt voor aan de pers: ‘wel - ik weeg 98 pond, ik ben dol op choco-ijs en mijn hobby is honden - vooral straathonden’. Misschien waren het niet de meest geschikte kwalificaties voor een filmster. Dan was de foto die bij het artikel geplaatst werd een stuk overtuigender: een jonge, aantrekkelijke vrouw kijkt ondeugend glimlachend in de camera leunend tegen een van de Cinetone camera’s die haar beeltenis voor de eeuwigheid zou vastleggen.
Beelden zeggen meer dan woorden en in het geval van Dolly Mollinger klopte dat precies. In tegenstelling tot andere actrices had Mollinger geen toneelachtergrond en ontbrak het haar aan de gebruikelijke contacten in de filmwereld. Ze was uitgekozen puur om haar fotogenieke kwaliteiten. Het verhaal deed de ronde dat ze het ene moment nog achter haar typemachine zat en het volgende voor de camera stond. Net als bij Audrey Hepburn beweerde een hele batterij mannen dat zij haar ontdekt hadden, waaronder Haro van Peski, Rudi Meyer en Hermann Kosterlitz.

De vrouwelijke hoofdrol in De Kribbebijter zou oorspronkelijk gespeeld worden door de bekende toneelactrice Mary Dresselhuys. De rol was die van een ‘tipjuffie’ dat trouwt met baronszoon Willy wiens vader hem prompt onterft. Alles was geregeld tot het moment dat Dresselhuys gevraagd werd om proefopnamen te maken. Daarop werd ze ontboden door de vier mannen die verantwoordelijk waren voor de productie en de regie (Rudi Meyer, J. L. Pearl, Hermann Kosterlitz en Ernst Winar). Na wat heen en weer gepraat werd haar te verstaan gegeven dat ze niet fotogeniek genoeg was. ‘Leider, gnädige Frau, sind Sie nicht zu fotografieren’.
De kranten hadden al aangekondigd dat Dresselhuys in de film zou spelen en ze kreeg een andere rol aangeboden als de schoonzuster van het ‘tipjuffie’.
Toen ook de proefopnamen van Lily Bouwmeester niet goed genoeg bleken, ging de rol naar de totaal onbekende Dolly Mollinger. Als een moderne Assepoester werd ze weggeplukt vanachter haar bureau op het kantoor van Holfi (de productie- en distributiemaatschappij van De Kribbebijter). Zij bleek perfect in staat het publiek te verleiden, iets wat Dresselhuys en Bouwmeester vanaf het witte doek niet voor elkaar kregen.

De Kribbebijter sloeg aan en Dolly werd een ster. Ze kreeg al snel een rol in Haro van Peski’s film Het leven is niet zo kwaad. Ze speelde een… typiste. Haar baas probeert haar te verleiden en om haar vriendje jaloers te maken gaat ze in op zijn avances.
Haar volgende film was Léo Joannons De man zonder hart, een Frans-Nederlandse co-productie waarin ze wederom plaatsneemt achter de typemachine. Dit keer trouwt ze haar baas maar het huwelijk gaat ten onder aan zijn jaloezie. De enige uitzondering op de regel is Rubber, waarin ze een plantersvrouw speelt.

Dolly’s fotogenieke uiterlijk viel ook internationaal op. In januari 1936, na het succes van De Kribbebijter, maakte de Nederlandse pers bekend dat ze een contract getekend had met Gaumont British en dat ze weldra naar Groot Brittannië zou vertrekken om er een film te maken. Het zou nog tot 1937 duren voor ze uiteindelijk naast Charles Laughton te zien was in The Vessel of Wrath, een film die in de Elstree Studios opgenomen werd.
Hollywood leek de volgende stap voor Dolly maar het werd Parijs. Ze maakte er twee films: Altitude 3200 en Place de la Concorde. De oorlog maakte een abrupt einde aan haar carrière. De laatst bekende foto van Dolly stond in een krant uit 1940. Ze wandelt met een vriendin over de boulevard van Scheveningen. In het onderschrift staat dat Dolly na de Franse capitulatie zonder werk is komen te zitten.
Na de oorlog zakte Dolly Mollingers naam weg in de vergetelheid. In haar plaats kwam een nieuwe, nóg fotogenieker ster, één die de weg naar Hollywood wel wist te vinden: Audrey Hepburn.

|